vrijdag 18 oktober 2013

GELUK


Gisteren was de eerste repetitie voor het grote evenement in de Meervaart, dat me deze dagen bezig houdt, en mijn hoofd en mijn hart zijn vol indrukken. Sommige wil ik voor mezelf houden, andere staan te dringen om gedeeld te worden. Soms stel ik me wel eens voor hoe merkwaardig het voor een nietsvermoedende vreemde moet zijn om per ongeluk in dit blog terecht te komen. Ik schrijf lang niet altijd voor publiek, vaak voor mezelf. Iets exhibitionistisch heeft dat wel. Maar niemand is verplicht dit te lezen, en kwaad doe ik er niet mee, geloof ik toch.
Dus waarom zou ik u, deels bekende, deels schimmige lezer van deze pagina, niet vertellen over de intense geluksgevoelens die ik gisteren ervoer, op een paar onverwachte momenten? Ik speelde een lastige gitaarpassage en zag mijn zoon, een boom van een kerel, dezelfde, ooit door mij bedachte passage spelen, met een geluid uit een toverdoosje dat ik nooit zou kunnen verzinnen. Ik hoorde de zangeres, Leonie, die als eerstejaars conservatoriumstudente bij ons thuis over de vloer kwam en nu groot geworden is, mijn weemoed bezingen, die terwijl ze zong geheel die van haarzelf werd: want dat doen ware artiesten, ze maakte het haar liedje. Mijn oude gitaarmakker Jan, die mij wegwijs maakte op mijn eerste gitaar en met wie ik in Geuzenveld Beatleliedjes speelde, stond daar als de eeuwig jonge rocker die hij is, en zong een tekst van mijn boezemvriend Robert. Over Slotermeer, over vroeger. Onvergetelijke ogenblikken.

Met die weemoed is wel iets vreemds. Op het moment dat je er over gaat schrijven gaat hij een eigen leven leiden, zingt hij zich los van de aanleiding. En daarmee wordt hij omgezet in kunst en verdwijnt langzamerhand uit het echte leven. Verdampt, iedere keer als je hem al zingende herleeft, een beetje meer - tot hij alleen nog in woorden bestaat. In de werkelijkheid zijn de herinneringen die in zo’n liedje gebruikt werden dan waardeloos geworden, als katalysator van jeugdsentiment. Dat jeugdsentiment duikt heus wel weer op, maar op andere plaatsen en opgeroepen door andere, onverwachte beelden.
Ik heb al die liedjes over Geuzenveld en Slotermeer ooit gemaakt uit zuivere nostalgie. Het gevoel dat ik daarbij had bestaat niet meer. Het is opgeslokt door de noten en daarmee geabstraheerd, hoe concreet de snaren van een gitaar ook zijn. Nieuw-West is werk geworden.
Dat klinkt cynisch, maar ik zou het ook heel anders kunnen zeggen: ooit, tien en meer jaar geleden, waren de westelijke tuinsteden van Amsterdam vooral een droom – het geïdealiseerde sprookjesland van mijn jeugd. Ik zong er wel over, maar zong eigenlijk over mezelf en over vroeger. Mijn liedjes waren als verkleurde foto’s uit een familiealbum. Nu ik alweer jaren een soort stadstroubadour van de nieuwbouwwijk ben is die voor mij een levende werkelijkheid geworden: ik kom er bijna wekelijks en ben vertrouwd met de kleuren die de buurt nu heeft, schel, warm of grauw. Daarmee ben ik feitelijk meer bevoegd om erover te zingen dan toen ik begon, hoewel toen de nood hoger was: urgentie wordt vaak geboren uit afstand.

Hoe dan ook, vroeger en nu kwamen gisteren op harmonieuze wijze samen, en alle puzzelstukjes van mijn leven pasten voor de verandering eens precies. Soms gleden ze vanzelf in hun vorm, soms moest ik wel even wrikken voor ze op hun plek zaten. Maar het resultaat was hartverwarmend. Ik keek er even naar, als van een afstand, en was, denk ik nu achteraf, gelukkig. Op dat moment dacht ik eigenlijk helemaal niets. Ik was te druk met de snaren van mijn gitaar en de woorden van de liedjes om me ergens over te verbazen.

3 opmerkingen:

Roberto zei

De gitaar is goed verdedigd!

Jan-Paul van Spaendonck zei

Legioenen airfix.... foto van Peter van Kuik.

jetty zei

Misschien dat hier het jeugdsentiment weer naar boven komt?https://www.facebook.com/OudSlotermeerEnGeuzenveld?ref=ts&fref=ts